Hotel Balazar
Elke dag staat Marta op voor zonsopgang en glipt ze de trap af naar de grote lobby om te kletsen met de piccolo. Ze bestudeert het schilderij met de vleugel van een engel boven de open haard en kijkt hoe een kat een muis opjaagt rond de wijzerplaat van de staande klok. Steeds droomt ze van de terugkeer van haar vermiste soldatenvader.
Op een dag komt er een mysterieuze gravin met een papegaai langs die haar een verhaal belooft. Terwijl de verhalen zich ontvouwen, vraagt Marta zich af: ligt het geheim van haar vaders verdwijning in de verhalen van de gravin?
MinderDetails
149 p. : ill.
Besprekingen
Pluizer
Marta woont met haar moeder op de zolderkamer van hotel Balazar. Telkens wanneer haar moeder vertrekt om te gaan poetsen, maant ze haar dochter aan om onzichtbaar te zijn. Marta brengt haar dag door met staren naar een schilderij en een klok in de lobby, de trap op- en aflopen, een babbeltje slaan met de piccolo, en verlangen naar haar vader die vecht in de oorlog. Tot de gravin neerstrijkt in het hotel, met op haar schouder de papegaai Blitzkoff, een betoverde generaal . Elke dag vertelt de gravin Marta een verhaal. Al die verhaallijnen lopen wonderwel in elkaar over en raken steeds dichter Marta’s wereld.
Wat een bijzondere setting voor een kinderboek, je hebt meteen het gevoel in The Grand Budapest Hotel rond te lopen. Zo goed slaagt DiCamillo erin de sfeer van het oude hotel op te roepen. De herhaling zet daarbij krachtig de verveling van Marta neer: altijd weer die trappen op en af, de vragende blik op het schilderij -komt de engel aan of vertrekt hij?-, en de verwondering over de kat op de wijzerplaat die een muis achterna zit maar nooit vangt. Tegelijk is de auteur zuinig met woorden. “Om precies te zijn, wat Marta’s vader op de enveloppe had geschreven, was: En ook Marta Buchelli natuurlijk. Wat hield Marta veel van dat ene woord: natuurlijk. Natuurlijk.” Aan de lezer om het te begrijpen, uitleggen hoeft niet. Maar je voelt wel alles: de verveling, het verlangen naar haar vader. Heel mooi is het contrast tussen de moeder die drijft op overlevingsdrang en Marta voortdurend aanmaant dankbaar, onzichtbaar, een stil muisje te zijn; en anderzijds de afwezige vader en de gravin die haar aanspreken met “lichtstraaltje van me”.
De uiterst gedetailleerde zwart-wit illustraties van Julia Sardà voeren je mee naar de vroege twintigste eeuw, met prachtige stoffen en hoeden, koffers en meubels, behang en schilderijen uit die periode. Een leuke vondst zijn de kadertjes rond de illustraties die bij de verhalen horen, om het onderscheid te maken met de reële wereld.
Kate DiCamillo draagt het boek op aan haar grootmoeder, die haar vader drie jaar lang miste tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Een mooier eerbetoon dan dit poëtische en ontroerende boek van de bovenste plank is niet denkbaar.